In gesprek met Jurjen ten Brinke

Jurjen ten Brinke is kerkplanter in Amsterdam-Noord. Hij (s)preekt authentiek, integer, bevindelijk, duidelijk, actueel en relevant. Hij sprak toen hij 14 was op de jeugdvereniging in de GerGem en zaterdag 18 april inspireert hij een grote groep mensen op de Nederland Zingt-dag. Vindt hij dat nou echt leuk?! Ja, máár… 

 

1. Vorig jaar stond je voor een megagroep op Opwekking. Zeg eens eerlijk: spreek je liever voor kleine of voor grote groepen? 

Eerlijk? Het liefst één-op-één. Echt! Dáár gebeurt het. Aan de andere kant: spreken voor een megagroep geeft een bepaalde ‘kick’, een gezonde en natuurlijke spanning, waar ik wel van houd. Maar ik zou niet ‘op het podium mijn brood willen verdienen’. Als ik moet kiezen tussen een paar grote events of één-op-één Mohammad bij Jezus brengen, dan weet ik wel waar ik voor kies. Dat laatste!

Bovendien: je kunt geen ‘sfeer’ creëren; nou ja, het kan wel, maar dan is het al niet meer van de Heilige Geest. Ik ben dus niet perse van groot en massaal. Het is leuk, maar er is veel fake… en als authentiekeling heb ik daar een hekel aan.

 

2. Op 18 april spreek je op de Nederland Zingt Dag. Hoe bereid je je op zoiets voor?

Nou kijk, het onderwerp ligt al vast. Dus in een gesprek bij de EO voelen we met elkaar aan ‘of het matcht’. Bij ‘Ja’ (en dat was het geval) ga je dan een draft schrijven. Het is een kort verhaal hoor, ik heb maar 12-13 minuten! Dus flink schaven, nadenken en ook bidden om te zien wat het kan worden.

Eigenlijk is de NZD té event-gericht voor mij. Alles is geregisseerd en ligt vast. Ook je preek/verhaal. Natuurlijk is er ruimte voor wat de Geest geeft en ga ik niet opdreunen wat ik heb voorbereid. Maar qua voorbereiding is het verder voor mij niet veel anders als voor een zondag. Ik probeer vooral mezelf te blijven.

 

3Hoe vond je het als kind om een spreekbeurt in de klas te houden? 

Haha, ik vond het spannend maar ook heel leuk! En ik heb er veel van geleerd. In groep 8 heb ik een spreekbeurt over olifanten gehouden. Er zijn drie soorten, de Aziatische, Afrikaanse, Indische olifant. Alles moest nog uit boekjes van de bibliotheek komen. (Niet dat ik zo oud ben, maar internet is gewoon heel snel gegaan ;-)) Het was een mooi verhaal en ik scoorde een 7.

Een jaar later, op de middelbare school, moest je bij maatschappijleer een spreekbeurt houden. Ik hield een verhaal over mijn volière. M’n vader had vrij genomen en bracht met de auto kooien met vogels, inclusief nestkasten, naar school. Ik hield een vlammende spreekbeurt, die de hele les (drie kwartier) duurde. En aan het eind van het lesuur wilde de halve klas óók een volière. Als cijfer kreeg ik een tien… Heel raar natuurlijk, want tja, het is nooit ‘perfect’.

De moraal van het verhaal was voor mij: in beide gevallen heb ik alleen maar de waarheid gesproken (in groep 8 en in de eerste klas). Alleen in groep 8 sprak ik ‘over’ olifanten. En in de eerste klas sprak ik over, maar vooral ‘vanuit’ mijn hobby: vogels. En dus was het verhaal echter, authentieker, gepassioneerder en had het meer impact. En zo is dat met God, geloof of een goede preek ook…

 

4. Wanneer sprak je voor het eerst over bijbelse onderwerpen?

Op de jeugdvereniging van de kerk waar ik dooplid was, de Gereformeerde Gemeente van Kampen. Ik was toen rond de 14. Ik kan me trouwens ook nog goed een preek herinneren uit die gemeente… Een dominee in zei op Goede Vrijdag dat Jezus ‘schuldig, doodschuldig’ aan het kruis hing. Ik dacht: wháááát? De dominee vergist zich! Totdat hij uitlegde dat Jezus, vanuit Gods ogen, schuldig op Golgotha hing… schuldig om jouw en mijn zonden, fouten, tekorten. Dat raakte me diep.

 

5. Aan welke presentatietips heb je zelf veel gehad?

Ooit kreeg ik de tip om mezelf als buschauffeur te zien. Ik preek (rijd rond als buschauffeur), maar onderweg stappen er allemaal mensen uit. Een paar keer per preek moet je even halt houden (een goed voorbeeld gebruiken, een vraag stellen) waardoor iedereen die uitgestapt is weer instapt.

 

6. Wat leer jij als spreker van jouw multicultipubliek?

Dat mijn plaatje van ‘geloof’ en ‘geloofsbeleving’ echt gekleurd is door mijn Nederlandse, zo je wilt ‘gereformeerde’ bril. En dat ik dat gewoon moet erkennen en in een ontmoeting met mijn multicultipubliek goed de tijd moet nemen om, rondom de maaltijd, van elkaar te leren.

Soms inspireert internationaal publiek me wel tot een andere dimensie in de preek; om een voorbeeld te noemen: mensen uit het Midden Oosten hebben meer met ‘schaamte’ dan met ‘schuld’ en dus kan ik dat element inbrengen in de preek.

De feedback van multicultipubliek is trouwens ook anders. Een beetje zwart-wit gezegd komt het er op neer dat Nederlanders, zeker Amsterdammers, gewoon zeggen wat ze vinden van je verhaal. (‘Dát was een goed verhaal, dominee!’ Maar ook (echt waar!): ‘Dat verhaal vond ik dus 3x niks.’
Mensen uit andere culturen zijn het altijd eens met de preek, haha! 
Of, in ieder geval, dat zeggen ze. En kritiek uiten ze niet (naar mij).

 

7. Wat kenmerkt jou als spreker?

Uhm… haha, over jezelf praten… daar zal ik nooit goed in worden. Dus ik geef het antwoord wat ik van andere mensen terug hoor: Authentiek, integer, bevindelijk, duidelijk, actueel en relevant.

 

8. Hoe kom je steeds weer aan inspiratie voor je preken?

Door op te trekken met mensen. Gewoon door de week. Minimaal anderhalve dag per week zit ik één op één met mensen uit de ‘doelgroep’. Of sport ik met ze. Of doen we wat leuks. Daardoor komen allerlei relevante onderwerpen langs.

Bovendien lees ik goed de kranten, kijk ik naar de actualiteit en verplicht ik mezelf regelmatig (zelfs foute) TV programma’s te kijken, waarvan ik weet dat veel mensen er naar kijken.

 

9. Hoe ziet jouw preekvoorbereiding eruit?

Ik bepaal maanden van te voren waar het de komende tijd over gaat. Dat doe ik biddend, zoekend, lezend. Vaak n.a.v. een boek dat verschenen is (van Keller bijvoorbeeld). Vervolgens in de week zelf: op maandag maak ik de preek in draft; gaandeweg de week vordert schaaf ik er nog wat aan (omdat de uitgeprinte versie dan op mijn bureau ligt). En met het bekladde draft ga ik het podium op. Meestal zijn de dingen die ik erbij geschreven heb in de kantlijn het meest waardevol ;))

 

10. Wat merk je van de Heilige Geest in het voorbereiden en tijdens het spreken?

Ik weet me in mijn leven geleid door de Geest. Biddend en nadenkend bereid ik me voor; dat kan niet zonder Gods Geest. Maar ik heb niet veel ‘geestelijke invallen’ ofzo. Tijdens het spreken gebeurt het wél regelmatig dat ik helemaal van mijn papier los ben (hoewel ik sowieso zoveel mogelijk uit het hoofd doe) en dat het gáát. Vaak komt dan de evangelist in mij boven en nodig ik mensen met hart en ziel uit tot het volgen van Jezus.

 

11. Met wat voor gedachten ga je het podium op?

“Heer, in Uw kracht! Laat hen U zien!”

 

12. Wat zou je doen als Jezus de eerstvolgende keer in het publiek zou zitten?

Ik zou hem uitnodigen naar voren te komen om het van me over te nemen. Met Johannes de Doper zou ik zeggen: ‘Moet ik hier nu iets zeggen, als U hier zit!?’ (Johannes: ‘Moet ik U dopen!?’) Pas als Hij zou zeggen: ‘Doe het!’ dan zou ik het doen. Dezelfde preek als die ik heb voorbereid; geleid door de Geest :))

mm
Paulien Vervoorn
paulien@geloofwaardigspreken.nl

Spreker, trainer en eigenaar van Geloofwaardig Spreken: trainingen voor een kerk met impact.

Nog geen reacties

Plaats een reactie

Wil jij steengoed preken?

Laat je gegevens achter. Je ontvangt dan binnen tien minuten de checklist in je mailbox. De komende dagen ontvang je als extraatje een blog en een video die je helpen om een steengoede preek te maken.

Ik ben uiteraard zuinig op je gegevens en deel ze niet met anderen. Beloofd.