vliegsimulator

Wat ik in een vliegsimulator leerde over preken

‘Zijn we nu neergestort?’ Wanhopig keek ik naar mijn vlieginstructeur. Marco lachte. ‘Nou, zo erg is het nog niet, maar laten we wel gaan werken aan een zachtere landing.’ Marco Koffeman, directeur van de vliegschool van  MAF, volgde een paar (s)preektrainingen bij Geloofwaardig Spreken. Hij nodigde me uit in een vliegsimulator te vliegen. Samen ontdekten we dat er allerlei raakvlakken zijn tussen vliegen en (s)preken.

 

1. Maak vaart tijdens de start

Ik neem plaats in de vliegsimulator. Marco legt uit hoe ik moest starten. ‘Je moet flink vaart maken.’ De stoel in de simulator staat gewoon stil, maar de beelden op de wanden om me heen veranderen. Ik krijg warempel net zo’n gevoel in mijn buik als wanneer ik echt opstijg. Bizar. Al snel vergeet ik dat ik in een simulator zit.

 

2. Geniet van het overzicht

Als ik eenmaal vlieg, vraag ik me toch af of het niet een beetje saai wordt. De meeste passagiers vinden het stijgen en dalen de leukste (of spannendste!) fases van de vlucht. Als je eenmaal op hoogte bent, is het soms ronduit saai. Zeker als je uren moet reizen, heb je voldoende leesstof of films nodig om de tijd door te komen. Hoe is dat eigenlijk voor de piloot?

Marco: ‘Voor de piloot zijn de start en de landing ook de actiefste fases. Het mooiste van vliegen is het uitzicht. Overzicht. Controle. Er zijn ontzettend veel dingen om op te focussen tijdens het vliegen. Je zou jezelf kunnen verliezen in de details van de instrumenten. Als je echter gewoon naar buiten kijkt, zie je de omgeving en je doel. Dat geeft vrijheid! En juist tijdens deze fase plan je hoe je gaat landen. Je werkt ernaartoe.’

Mijn gedachten dwalen af naar de kern van de preek. Het gevaar is aanwezig dat dit stuk saai wordt voor je luisteraar. Te veel van hetzelfde. Je luisteraars laten genieten van vergezichten klinkt echter verre van saai …

 

3. Weet waar je naartoe wilt

‘Heb je scherp waar je wilt landen? Focus op dat punt. Doe alsof je een draadje spant tussen hier en dat punt op de landingsbaan.’ Helder. Ik heb het punt van de baan op mijn netvlies en koers er recht op af. Het valt me alles mee, denk ik nog. Te vroeg. Opeens ben ik mijn hele punt op de baan kwijt. Sterker nog: de hele baan is nergens meer te vinden. En ik heb geen flauw idee hoe dit komt. Geschrokken roep ik: ‘Zijn we neergestort?’ Niet dus. Maar wat dan wel?

‘Je stuurt te veel!’, zegt Marco. ‘Pardon? Je stuurt teveel? Wat moet ik anders doen?’ ‘Wijk niet te veel uit naar links en rechts. Ga ook niet meer te veel omhoog en omlaag. En verminder snelheid om goed te kunnen landen.’ Dat was ik dus vergeten. Met een noodvaart vloog ik naar beneden. ‘Je moet goed afronden’, zegt Marco. ‘Als je te snel bent, ga je weer omhoog.’ Dat was het dus. Ik werd gelanceerd. Het was maar goed dat ik geen passagiers bij me had …

Als piloot word je vaak beoordeeld op de landing. Dat is waar mensen over praten als ze weer aan de grond staan. Als de landing te hard was, denken we dat we geen goede piloot hadden. Het is daarom belangrijk gefocust te zijn op dat ene punt. En dat is bij de preek niet anders. Net als de piloot moet je als spreker weten wat je doel is. Je plant om van A naar B te gaan. Je kunt een keer naar links of naar rechts uitwijken. Uiteindelijk gaat het bij het vliegen erom dat je je bestemming bereikt.

 

4. Verplaats je in je passagiers

Als piloot weet je waar je naar toe wilt. Je gaat recht op je doel af. Als je dit te snel doet, zitten je passagiers met angst en beven in de stoel. Neem ze daarom geleidelijk mee. Van Bijbelse hoogten naar het leven van alledag.

Als je voorin zit, heb je het overzicht. Je kunt over het dashboard naar buiten kijken en je weet en ziet waar je heen gaat. De mensen die achter in het vliegtuig zitten, ervaren de start of daling veel steiler. Een goede piloot communiceert hierover als dat nodig is. Hij zegt bijvoorbeeld: ‘De take-off kan vandaag wat steil zijn. Vind je dat vervelend? Kijk dan opzij.’ Je biedt daardoor uitzicht. Big picture navigation noemen we dit. Passagiers vinden het fijn als de piloot communiceert. Daarom is communicatie ook een belangrijk onderdeel van de opleiding.

 

5. Blijf leren

Marco vertelt dat 82 procent van de mensen niet door de tests komt in de opleiding tot MAF-piloot. Hij zegt het niet met zo veel woorden, maar tussen de regels door trek ik de conclusie dat ik niet bij die 18 procent hoor. Ik ben niet gemaakt om te vliegen. Ik heb geen technische achtergrond, geen aanleg voor natuurkunde en reageer niet rustig genoeg. Ik zit er niet mee. Gelukkig zijn er genoeg anderen die hier wel voor gemaakt zijn.

Zo ontmoette ik voordat ik bij Marco instapte, een vlieginstructeur die tussen neus en lippen door vertelde dat hij 12.000 vlieguren heeft gemaakt. Iedere piloot houdt zijn vlieguren bij. Alleen vlieguren maken is echter niet voldoende. Elk uur dat je vliegt moet je een leerdoel hebben. Als je erover nadenkt, is de leeropbrengst namelijk hoger.

Marco voegt er nog aan toe, dat het vliegtuig na elke vijftig vlieguren naar binnen gaat. Voor preventief onderhoud. ‘Mooi, hè? Zo voorkom je dat je in de toekomst gedoe krijgt …’

 

Ben jij spreker en wil je blijven leren? 

 

Op dinsdag 4 juni 2024 ben je welkom bij de inspiratiedag Bevlogen spreken in Teuge,

op de vliegschool van MAF!

 

 inspiratie van bevlogen trainers
 ontmoetingen met bevlogen collegasprekers
 inzichten voor je komende preken
een unieke beleving op de vliegschool van MAF

Je maakt zelfs kans op een gratis vliegles! 

 

Meer info over de inspiratiedag
 

 

mm
Paulien Vervoorn
paulien@geloofwaardigspreken.nl

Spreker, trainer en auteur. Geeft (s)preektrainingen aan sprekers, voorgangers en predikanten die met nog meer impact willen spreken.

Nog geen reacties

Plaats een reactie